p/a Tijdschrift
Markant
Geachte lid-organisaties van de VGN,
Wij zijn geschokt door de uitspraken die namens u bij monde van uw
voorzitter en directeur zijn gedaan in het januarinummer van Markant.
Wij vragen u als individuele lid-organisatie publiekelijk afstand te
nemen van deze uitspraken die mede namens u zijn gedaan.
Uw voorzitter mevrouw Dupuis stelt (citaat): ,,De discussie over
inclusie is klaar. Bij sommigen gaat het geweldig in de wijk en bij sommigen
niet, zo simpel is het. Dat blijkt ook uit rapporten van de inspectie. Er zijn
nog een paar mensen die anderen verketteren omdat ze er anders over denken,
maar dat slijt wel." Daarnaast stelt Dupuis over het VN-Verdrag voor de
rechten van mensen met een beperking: ,,In mijn ogen legt dat verdrag vast wat
we al doen. Het is vooral van belang voor de landen waar nog geen fatsoenlijke
gehandicaptenzorg is. Wij zijn relatief gezien een vooruitgeschoven post.” En uw
directeur Schirmbeck vult aan: ,,Dat is zo, maar het legt ook vast welke
uitdagingen er nog zijn. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het openbaar vervoer.”
Deze uitspraken getuigen van een groot gebrek aan kennis over de
Nederlandse werkelijkheid voor mensen met een beperking. Wat merkwaardig en
hoogst zorgelijk is voor een directeur en voorzitter van een vereniging als de
uwe.
Het tegendeel is immers waar. Getuige de ontelbare negatieve ervaringen
in Nederland van mensen met een beperking en hun familieleden, die onder meer
bevestigd worden door het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens. In
haar strategisch plan stelt het College in paragraaf 5.4:
,,Mensen
met een beperking in Nederland kunnen niet volwaardig aan alle maatschappelijke
terreinen deelnemen. Zo worden zij vanwege hun beperking niet
toegelaten op scholen, door werkgevers niet in dienst genomen en ervaren zij
obstakels als zij van het openbaar vervoer en internetsites gebruik willen
maken of als zij gebouwen willen betreden.
Er is
op een aantal van deze terreinen wetgeving (in de maak), die beoogt de
participatie van
mensen met een beperking te vergroten en hun
rechten te versterken. Desondanks zijn
er leemtes in de wetgeving en beleid die volledige participatie in de weg staan.
Bijvoorbeeld bij toegang tot goederen en diensten (zoals bibliotheken, winkels,
bioscopen, sportfaciliteiten, restaurants, cafés) of bij de toegang tot
internetsites. Maar ook in het woningbeleid, waardoor er voor mensen met een
beperking onvoldoende mogelijkheden zijn om zelfstandig te wonen.
Verder kan er gedacht worden aan kinderen met
beperkingen die geen onderwijs krijgen, omdat zij in een organisatie of een kinderdagcentrum
verblijven. Of aan scholen die onvoldoende inclusief zijn, waardoor kinderen
met een beperking hier niet goed terecht kunnen.
Ratificatie
van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap dwingt
overheden
ertoe maatregelen te nemen om deze leemtes op te vullen en biedt handvatten
om de
positie van mensen met een beperking te verbeteren. Bovendien versterkt het de
positie van personen met een beperking,
doordat op een aantal terreinen expliciet wordt
aangegeven
dat de gelijke rechten van mensen met een beperking gerealiseerd moeten
worden. Door middel van dit VN-verdrag
worden deze rechten afdwingbaar.
In de
Wet College voor de Rechten van de Mens staat als één van de taken van het
College
genoemd
het aansporen tot de ratificatie, implementatie en naleving van verdragen over
de
rechten van de mens (artikel 3, onderdeel g, h en i). Op grond van de wet is
het dus,,
een
taak van het College om de regering ertoe aan te zetten om het VN-verdrag
inzake de
rechten van personen met een handicap te
ratificeren.
Ook
gezien de achtergestelde positie van mensen met een beperking in de Nederlandse
maatschappij zal het College deze taak op zich moeten nemen. Daarom zal het
College voor de Rechten van de Mens in Nederland streven naar een zo spoedig
mogelijke ratificatie van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een
handicap.”
Bron:
Strategisch
plan College voor de rechten van de Mens gevonden op www.mensenrechten.nl 18/02/2013
Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat uw voorzitter en
directeur uitsluitend de status quo verdedigen van de organisaties als zodanig,
in plaats van ook te kijken naar de belangen van de mensen die ondersteuning
nodig hebben. Het zouden immers ook hun belangen moeten zijn die verdedigd
worden bij de staatssecretaris in het kader van het VN-Verdrag.
Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland heeft er alle belang bij om voor
gehandicapten te blijven zorgen en zichzelf als sector in stand te houden. Deze
status quo handhaven is in onze ogen het grootste gevaar voor mensen die
(toevallig) met een beperking door het leven gaan.
Waarom bent u lid van de VGN?
Kunnen organisaties die werkelijk de mens centraal stellen zich
verenigen met de visie die namens hen door de VGN wordt uitgedragen? Zij zetten
zich toch in voor zeggenschap en eigen regie van mensen? En voor eerlijke
kansen op meedoen in de samenleving? (In plaats van iemand levenslang buiten te
sluiten en dan te zeggen dat mensen zoals deze nooit in de samenleving zullen
passen.)
Uw reactie op ons schrijven stellen we zeer op prijs. U kunt ons
bereiken via info@inclusienederland.nl of bellen via mobiel 06 - 14 34 02 41.
Met vriendelijke groet,
Keturah van Slegtenhorst (initiatief)
Hans Kroon
Hans Jongmans
Dianne den Ouden
Niels Schuddeboom
José Smits
Leonie Wolterink
Dr. H.F. (Harold) van Garderen
Anouk Bolsenbroek (woordvoering)
Jan Troost
Jan Troost
Margit van Hoeve
Jeroen Veltheer
Lieke Scheeuwe
Marcel Kolder
Heleen Hartholt
Marian Jongmans